|
Project leider: Dr. S.C. Linn, internist-oncoloog, afdelingen Medische Oncologie en Moleculaire Biologie, Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, Amsterdam
Samenvatting
Ieder jaar worden circa 10.000 vrouwen geconfronteerd met de diagnose borstkanker in Nederland. Per jaar overlijden ongeveer 3500 patiënten aan deze ziekte, waarvan zowat 1500 vrouwen jonger zijn dan 65 jaar (1).
|
|
De behandeling bestaat in de regel uit chirurgie, waar nodig aangevuld met bestraling en chemotherapie, en/of hormonale therapie. Aanvullende bestraling wordt met name gegeven om de kans op lokaal recidief te verminderen, terwijl chemotherapie en/of hormonale therapie aangeboden wordt om de kans op het ontwikkelen van uitzaaiingen op afstand te verminderen.
Adjuvante chemotherapie en/of hormonale therapie (‘systemische therapie’) wordt geadviseerd als de absolute winst in overleving 5% of meer bedraagt (2). Indien adjuvante systemische therapie geïndiceerd is dan komen alleen patiënten met hormoon receptor positieve borstkanker in aanmerking voor hormonale therapie (oestrogeen en/of progesteron receptor positief; dit is ongeveer 75% van alle borstkankers). Omdat het grootste deel van de borstkankerpatiënten al genezen is door de operatie (+/- bestraling) en van de patiënten met micrometastasen (uitzaaiingen op afstand die te klein zijn om met beeldvormend onderzoek gevonden te worden) slechts de helft gevoelig is voor hormonale behandeling (tamoxifen in deze studie), worden circa 8-9 van de 10 patiënten voor niets behandeld met tamoxifen.
Indien een hormoonreceptor positieve borstkanker uitgezaaid is, dan kan deze palliatief behandeld worden met tamoxifen. De kans dat dit middel langer dan een half jaar helpt is ongeveer 50%.
Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn dat er behoefte is aan een test die voorspelt wie baat heeft bij behandeling met tamoxifen en wie niet daar ongeveer 80-90% van alle vrouwen tamoxifen voor niets krijgen in de adjuvante setting, en 50% van alle patiënten met uitgezaaide borstkanker dit middel tevergeefs slikken.
Mede dankzij het bekend worden van het humane genoom, in combinatie met de ontwikkelingen in de informatie technologie, is het mogelijk geworden miljoenen data in relatief korte tijd te genereren (3,4). Met behulp van zogenaamde ‘microarrays’ kan de activiteit van circa 40.000 genen in een tumor gemeten worden met een enkel experiment. Aangezien een gen de drager is van een erfelijke eigenschap beïnvloedt de mate waarin een gen actief is (m.a.w. tot expressie komt) het gedrag van de tumor. De combinatie van de expressies van alle genen bij elkaar bepaalt het gedrag van de tumor. En onder gedrag verstaan we bijvoorbeeld: therapie gevoeligheid, kans op lokaal recidief of metastasen op afstand.
Het doel van dit project is om met behulp van deze en vergelijkbare technologieën een voorspellende test te ontwikkelen waarmee het mogelijk wordt patiënten nauwkeuriger te selecteren voor behandeling met tamoxifen, zodanig dat de kans op een succesvolle behandeling niet in de buurt van 50%, maar eerder in de buurt van 80-90% ligt.
- Visser O, Coebergh JWW, Dijck JAAM van, Siesling S (editors). Incidence of cancer in the Netherlands 1998. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra, 2002.
- Richtlijn Behandeling van het mammacarcinoom 2005. Van Zuiden Communications B.V., Alphen aan den Rijn. ISBN 90-8523-101-9, blz 57-86.
- Linn SC, van de Rijn M, Giaccone G. Toekomstige verfijning van diagnostiek en therapie met DNA-microarrays. I. Technologie en data-analyse. Ned Tijdschr Geneesk;147:795-799, 2003.
- Linn SC, van de Rijn M, Giaccone G. Toekomstige verfijning van diagnostiek en therapie met DNA-microarrays. II. Toepassingen. Ned Tijdschr Geneesk;147:800-804, 2003.
Terug naar de Beneficiary